Kattenstaart

Wilde planten leren kennen in de Ronde Venen

Vijf keer paars aan de waterkant

Paars aan de waterkant

Image
Kattenstaart
Image
Harig Wilgenroosje
Image
Moerasandoorn
Image
Valeriaan
Image
Koninginnekruid

Vijf zomerbloeiers langs de waterkant

Wie in de zomer langs sloten en vaarten loopt, ziet na het geel en wit van raapzaad en fluitekruid de slootkanten ineens in allerlei paars-en rozetinten kleuren.

Vijf planten die je op dit soort plekken regelmatig tegen kunt komen zijn Grote kattenstaart, Harig wilgenroosje, Moerasandoorn, Echte valeriaan en Koninginnekruid. Ze houden allemaal van vochtige grond, maar als je ze beter bekijkt, zijn het vijf totaal verschillende planten. De eerste drie vind ik niet zo lastig uit elkaar te houden, de laatste twee wel. Want vaak staan ze zo dichtbij het water dat je ook niet even van dichtbij de bladeren kunt gaan bekijken. Valeriaan en Koninginnekruid groeit allebei langs de Kerkvaart in Mijdrecht, dus woon je bij me in de buurt kun je gelijk gaan oefenen. De andere drie soorten zijn overigens ook ruim te vinden, al is de moerasandoorn inmiddels uitgebloeid.

Grote kattenstaart – Lythrum salicaria

Voor Kattenstaart beginnen we natuurlijk met de plant waar deze website zijn naam aan te danken heeft.

De Grote kattenstaart is in de zomer moeilijk te missen. De lange aren vol paarsrode bloemen kunnen ruim een meter boven de begroeiing uitsteken. Je vindt hem vooral langs sloten, plassen, moerassen en in nat grasland. De bloei loopt grofweg van juni tot september.

Bekijk een bloem eens van dichtbij. Meestal zie je zes kroonblaadjes, terwijl de bloemen met tientallen tegelijk rond de lange bloemaar staan. Dat geeft de plant van een afstand zijn typische paarse ‘staart’.

Ook insecten weten hem uitstekend te vinden. Vooral bij zonnig weer loont het om een paar minuten bij een bloeiende kattenstaart te blijven staan. De bloemen worden veel bezocht door vlinders en andere bestuivers. Er bestaat zelfs een speciale Kattenstaartdikpootbij!

Harig wilgenroosje – Epilobium hirsutum

Nog zo’n plant die een slootkant behoorlijk roze kan kleuren. Harig wilgenroosje kan meer dan anderhalve meter hoog worden en heeft opvallend grote, dieproze bloemen.

De Nederlandse naam geeft meteen twee herkenningspunten weg. De bladeren doen enigszins denken aan die van een wilg en zowel bladeren als stengels zijn behaard. Vooral op de stengel zijn de langere haren goed te zien.

De bloemen bestaan uit vier kroonblaadjes, die aan het uiteinde zijn ingesneden. Midden in de bloem zit nog een prachtig determinatiekenmerk: de vier stempellobben vormen samen een klein kruisje.

Harig wilgenroosje houdt van natte, voedselrijke grond en staat graag langs waterkanten, De plant is eetbaar en je kunt er thee van zetten, die wel bitter is.

Moerasandoorn – Stachys palustris

Moerasandoorn moet je eigenlijk van dichtbij bekijken. Pas dan zie je hoe bijzonder de roze bloemen zijn.

De plant behoort tot de lipbloemenfamilie en dat zie je duidelijk aan de vorm van de bloemen. Ze staan in kransen rond de stengel en hebben een duidelijke boven- en onderlip. De onderlip is vaak voorzien van een prachtig patroon van donkerpaarse vlekjes. De bosandoorn is hier in de buurt ook veel te vinden, wil je weten waar? Ga een keer met me mee!

Een ander handig herkenningspunt is de vierkante stengel. De bladeren staan daar kruisgewijs tegenover elkaar aan en hebben een gekartelde rand. Moerasandoorn groeit op natte, voedselrijke plaatsen. De plant is nog niet zo lang van de rode lijst af, dus wil je hem gebruiken, kijk even of er genoeg van staat.

Echte valeriaan – Valeriana officinalis

Tussen al dat stevige roze en paars ziet Echte valeriaan er bijna verfijnd uit.

De plant kan ongeveer 120 centimeter hoog worden en draagt bovenaan grote tuilen met talloze kleine wit-roze bloemetjes.

Valeriaan bloeit relatief vroeg tussen de andere hoge planten van vochtige ruigten. De hoofdbloei ligt rond juni, maar later in de zomer kunnen zijtakken opnieuw bloemen produceren.

De plant is natuurlijk vooral bekend vanwege zijn wortel en wortelstok, die al heel lang worden gebruikt in kruidenpreparaten.

Tijdens een wandeling hoef je daarvoor gelukkig niets uit te graven. De plant is bovengronds goed te herkennen aan de hoge stengel, de tegenoverstaande geveerde bladeren en de grote wolken kleine lichtroze tot witte bloemen.

Herkennen: hoge plant met geveerde bladeren en luchtige tuilen vol kleine wit-roze bloemen.

Koninginnekruid – Eupatorium cannabinum

En dan een plant met een naam die eigenlijk al een blog op zichzelf verdient.

Koninginnekruid wordt ook Leverkruid genoemd. In de zomer staat hij vaak als een forse roze wolk tussen de andere planten van vochtige ruigten. De kleine bloemhoofdjes staan dicht bij elkaar en trekken allerlei insecten aan.

Een heel goed herkenningspunt zijn de bladeren. Die zijn meestal driedelig en hebben grof gezaagde randen. Ze lijken opvallend veel op hennepbladeren. Dat verklaart meteen de wetenschappelijke soortnaam cannabinum.

Koninginnekruid groeit graag op natte tot zeer vochtige, voedselrijke grond. Langs water kun je hem zelfs samen met Echte valeriaan aantreffen. De bloeiwijzen lijken van een afstand behoorlijk op elkaar, maar kijk naar het blad en de verwarring is snel voorbij. Makkelijker gezegd dan gedaan, want meestal staan ze met zijn tweetjes zo dicht bij het water dat je wel het risico loopt de sloot in te gaan als je ze van dichtbij wilt bekijken.

De plant bloeit vooral van juli tot september.

Vijf planten met natte voetjes!

Wat ik zo mooi vind aan deze vijf planten is dat je ze tijdens één wandeling allemaal tegen zou kunnen komen. Ga je begin juli met me mee, kan ik het zelfs garanderen, maar nu ben je een beetje laat voor de valeriaan en de moerasandoorn. En ik hou van paars.

Grote kattenstaart met zijn lange paarse aren. Het bijna uitbundig roze Harig wilgenroosje. De kleine getekende lipbloemen van Moerasandoorn. De lichte wolken van Echte valeriaan en daartussen het stevige Koninginnekruid.

Ze vertellen eigenlijk allemaal hetzelfde verhaal: hier is water.

Zelfs wanneer een sloot of plas achter het hoge groen nauwelijks zichtbaar is, verraadt de begroeiing vaak al hoe vochtig de bodem is. Wie planten leert herkennen, gaat daardoor vanzelf anders naar het landschap kijken.

En precies daarom is wildplukken voor mij veel meer dan alleen kijken wat je kunt eten. Eerst leren kijken. Dan herkennen. En uiteindelijk begrijpen waarom een plant juist dáár staat.

Voor deze blog heb ik zelf onderzoek gedaan, zelf alle planten van dichtbij bekeken, maar de opmaak en het zoeken van de foto’s heb ik door chat-gpt laten doen. Uiteraard heb ik de bronnen en foto’s allemaal op juistheid bekeken.

Plaats een reactie